Wet lesbisch ouderschap

Op 19 november 2013 is door de Eerste Kamer, met ruime meerderheid, ingestemd met het wetsvoorstel over lesbisch ouderschap. Dit nieuwe wetsvoorstel is onder andere ingevoerd omdat het van belang werd geacht dat kinderen die geboren worden bij lesbische ouders op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als kinderen van ouders van verschillend geslacht kunnen opgroeien.

Belangrijk bij deze nieuwe wet is dat het voor de “meemoeder” of “duomoeder” veel makkelijker wordt om juridisch ouder van het kind te worden dat uit de relatie tussen de biologische moeder en de meemoeder is geboren. Juridisch ouderschap kent een emotioneel aspect, maar ook juridische aspecten. Gevolgen van juridisch ouderschap zijn bijvoorbeeld te vinden in het erfrecht, nationaliteitsrecht, naamrecht.

De nieuwe wet geldt per 1 april 2014. Voor 1 april 2014 was het voor meemoeders alleen maar mogelijk om juridisch ouder te worden door een adoptieprocedure.

Na 1 april kan een meemoeder zelfs automatisch juridisch ouder worden. Dat kan als de meemoeder op het tijdstip van de geboorte van het kind getrouwd is met de biologische moeder en er sprake is van een “aanvankelijk anonieme donor” en er een verklaring van de Stichting Donorgegevens kan worden overgelegd waaruit blijkt dat er een anonieme donor is. In alle andere gevallen kan de meemoeder het kind erkennen. Erkenning is een eenvoudige handeling die bij de gemeente kan plaatsvinden en (vrijwel) kosteloos is.

Toch kan het ook na 1 april 2014 voor meemoeders belangrijk zijn om te blijven adopteren. Een adoptie heeft namelijk een aantal voordelen ten opzichte van de erkenning. Een erkenning kan namelijk vernietigd worden. Zo kan bijvoorbeeld een bekende donor met een “nauwe persoonlijke betrekking” een verzoek tot vernietiging van de erkenning van de meemoeder indienen. Ook het kind zelf kan een vernietiging van de erkenning van de meemoeder bij de Rechtbank indienen. Verder is het de vraag of in het buitenland de erkenning wel overal geaccepteerd zal worden.

Adoptie kan wat dat betreft “sterker” zijn dan de erkenning.

Denkt u er verder ook om dat naast juridisch ouderschap het ook belangrijk kan zijn om het ouderlijk gezag te regelen?