Spaartegoeden kinderen: wel of niet verdelen bij scheiding?

Onlangs heeft het Gerechtshof in Den Bosch een uitspraak gewezen over een situatie die wij in de praktijk met enige regelmaat tegenkomen. Gesteggel over het spaargeld van de kinderen. De vraag is of dit spaargeld nu verdeeld moet worden tussen de ouders of is het spaargeld van de kinderen en behoort het hen dus toe?
Het Gerechtshof legt in haar uitspraak (juli 2017) uit dat volgens artikel 1:253l B.W. elke ouder die het gezag over zijn kind uitoefent, slechts het vruchtgenot over het vermogen van zijn kind heeft. Op ouders rust dan ook nog de verplichting op grond van artikel 1:253j B.W. om het bewind over het vermogen van hun kind “als goede bewindvoerders” uit te voeren. Dit alles zijn dus uitgangspunten en (mede) gelet daarop staat het ouders bijvoorbeeld niet vrij om het spaargeld van de kinderen onderling te verdelen en/of zo maar eenzijdig op te nemen.
Het saldi van de spaarrekeningen van de kinderen behoort dus tot het eigen vermogen van de minderjarigen en ouders horen dit niet onderling te verdelen!