Met het overlijden van de erflater gaan zijn schulden in beginsel niet teniet. Maar wat gebeurt er wel mee? En hoe kun je als schuldeiser toch nog betaling van je vordering krijgen? In het onderstaande geef ik een beknopte schets van de positie van de schuldeiser.[1]

Schuld van de nalatenschap.

In artikel 7 van boek 4 van het Burgerlijk Wetboek geeft de wetgever een opsomming van schulden die worden aangemerkt als schulden van de nalatenschap. Dat zijn bijvoorbeeld de schulden van de erflater die niet met zijn dood teniet zijn gegaan, zoals bijvoorbeeld een nog niet betaalde rekening of afgeloste lening, maar ook begrafeniskosten, legaten die uitgekeerd moeten worden en bepaalde aanspraken die krachtens het erfrecht kunnen ontstaan.[2]

Verhaal

Schuldeisers van de nalatenschap kunnen hun vorderingen op de goederen der nalatenschap verhalen. Daarnaast is in de wet uitdrukkelijk bepaald dat de erfgenamen van rechtswege schuldenaar worden van de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan.[3] De schulden gaan dus over op de erfgenamen! Als schuldeiser van de erflater heb je dus twee mogelijkheden. Je kunt je vordering verhalen op de nalatenschap en je kunt de schuld verhalen op het eigen vermogen van de erfgenaam. Dit laatste overigens alleen maar wanneer de erfgenaam de nalatenschap zuiver heeft aanvaard, of bepaalde handelingen heeft verricht of nagelaten ten nadele van de boedel.

Om als erfgenaam te voorkomen dat je met je privévermogen aansprakelijk wordt, is het uitermate raadzaam om de erfenis beneficiair te aanvaarden. In de praktijk komt dit dan ook steeds vaker voor. Voor de schuldeiser resteert dan alleen nog de eerste mogelijkheid. Het verhaal op de nalatenschap.

Om erachter te komen of er sprake is van een beneficiaire aanvaarding kun je navraag doen bij het boedelregister, dat wordt aangehouden bij de rechtbanken. In dat register wordt vermeld of er sprake is van een testament en of er beneficiair is aanvaard. Ook andere van belang zijnde informatie wordt hierin vermeld, zoals een eventueel benoemde boedelnotaris en executeur.

Aanspreekpunt

Blijkt uit het boedelregister en uit eventueel nader ingewonnen informatie bij de boedelnotaris dat er sprake is van een executeur, dan moet de schuldeiser zijn vordering bij deze executeur neerleggen. De executeur is expliciet aangewezen om de schulden van de nalatenschap te voldoen. Gedurende zijn beheer vertegenwoordigt hij bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte [4].

Is er geen executeur, dan zal de schuldeiser zich tot alle erfgenamen moeten wenden.

Niet de enige

Niet zelden komt de schuldeiser tot de conclusie dat hij niet de enige is die wat te vorderen heeft. Er zijn bijvoorbeeld meer schuldeisers zoals belastingschulden. Ook kan sprake zijn van legaten of giften die door de erflater zijn gedaan maar nog niet zijn uitgevoerd. Hoe moet dan worden verdeeld? Wie krijgt wat? Ook daar is aan gedacht. De wetgever heeft een volgorde van schulden opgenomen mede met als doel de schuldeiserspositie te beschermen.[5]

Vereffening

Wordt een nalatenschap niet beneficiair aanvaard en niet verworpen, dan hebben de schuldeiseres een comfortabele positie. Ze kunnen immers zowel bij de nalatenschap als bij de erfgenamen in privé terecht. Is de nalatenschap wel beneficiair aanvaard, dan dient deze vereffend te worden.[6] De vereffening is vergelijkbaar met de afwikkeling van een faillissement. De vereffenaar dient de schuldeisers op te roepen om hun vordering in te dienen. Hij moet de activa te gelde maken en de schulden overeenkomstig hun voorrangspositie betalen. Pas nadat de vereffening heeft plaatsgevonden mogen de erfgenamen tot verdeling van de (restant) nalatenschap over gaan. De schulden gaan voor.

Is er geen sprake van een vereffening dan lijkt de positie van de schuldeiser minder goed gewaarborgd.[7] Want wat als de erfgenamen in onderling overleg besluiten om de nalatenschap te verdelen voordat de schulden zijn betaald?

Is er sprake van dat de erfgenamen tot verdeling over gaan voordat de opeisbare schulden zijn voldaan of bestaat het gevaar dat de schuldeiser niet volledig of niet binnen redelijke termijn zijn vordering voldaan krijgt, dan kan hij alsnog aan de rechtbank verzoeken om een vereffenaar te benoemen.[8]

Leek, 20 juli 2018

Mr. Jan-Willem van Horssen[9]

[1] Voor de leesbaarheid is uitdrukkelijk gekozen voor een beknopt artikel op hoofdlijnen. Bedacht moet worden dat de wet in veel gevallen uitzonderingsbepalingen kent.

[2] Zo kent de wet in afdeling 2 van titel 3, boek 4 BW een aantal wettelijke rechten op grond waarvan bepaalde erfgenamen een vordering op de nalatenschap kunnen claimen.

[3] BW 4:1822

[4] BW 4: 1441 en BW 4: 1452

[5] Zo is bijvoorbeeld bepaald dat “gewone” schuldeisers voorrang genieten boven bijvoorbeeld legaten.

[6] De wet kent daarop een drietal uitzonderingen, waarbij de boedel voldoende verhaal biedt

[7] Zo behoeft er bij een beneficiaire aanvaarding niet vereffend te worden wanneer er een executeur is benoemd die de bevoegdheid heeft om schulden van de nalatenschap te voldoen en de omvang van de nalatenschap “ruimschoots toereikend” is om alle schulden van de nalatenschap te voldoen.

[8] Dit verzoek kan de schuldeiser ook doen, wanneer zijn belangen door een gedraging van de erfgenamen  of van de executeur ernstig worden geschaad.

[9] J-W.F. van Horssen is als gespecialiseerd erfrecht- en familierechtadvocaat en MFN-registermediator werkzaam bij van Horssen & van Ophoven advocaten en mediators te Leek en Delfzijl.