De legitieme, wat is dat ook alweer?

 Bij testament kun je heel veel regelen. Je kunt legaten maken, erfgenamen aanwijzen maar ook erfgenamen onterven. In de wet is echter vastgelegd, dat kinderen altijd recht hebben op een bepaald deel van de nalatenschap van hun ouders. Zelfs al zijn ze door de erflater volledig onterfd. Onder het oude recht sprak men van “het wettelijk erfdeel” in het huidig Burgerlijk Wetboek wordt dit “de legitieme portie” genoemd.

De legitieme portie, ook wel kort aangeduid als de legitieme is niet alleen van belang bij onterving, maar ook wanneer het kind minder krijgt dan waar hij volgens de wet recht op heeft. De legitieme portie is het gedeelte van het vermogen, waarop de erfgenaam in weerwil van giften en uiterste wilsbeschikkingen van de erflater aanspraak kan maken.

De erflater kan er dus niet voor zorgen dat zijn kind niets krijgt door het weggeven van zijn vermogen of door het benoemen van een andere erfgenaam die alles krijgt.

Het berekenen van de legitieme portie is niet eenvoudig en leidt maar al te vaak tot gerechtelijke procedures. Eerst moet namelijk de legitimaire massa worden berekend. Dat is de waarde van de goederen van de erflater, vermeerderd met bepaalde giften en verminderd met bepaalde schulden. Het voert in het kader van deze blog te ver om precies aan te geven wat die bepaalde giften en die bepaalde schulden zijn. Maar giften die binnen 5 jaar na het overlijden hebben plaatsgevonden vallen hieronder. En dat kan er toe leiden dat zo’n gift geheel of gedeeltelijk moet worden teruggehaald om er voor te zorgen dat het betreffende kind alsnog zijn legitieme portie ontvangt. Dit wordt “inkorting” genoemd.

Illustratief is een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 25 oktober 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:8588) Het volgende was het geval. Erflater, was hertrouwd maar dit huwelijk bleek niet oneindig. Man en vrouw gingen uit elkaar. Zij waren in gemeenschap van goederen getrouwd. Hierdoor vielen de aandelen in de fotozaken van erflater in de gemeenschap en moesten verdeeld worden. De getaxeerde waarde lag zo rond de 7 miljoen euro, helft voor de man en helft voor de vrouw. Bij de afwikkeling van de gemeenschap, of kort daarna, draagt erflater zijn aandelen over aan zijn ex tegen een koopsom van 1 miljoen euro. Twee dagen later overlijdt erflater.

De kinderen uit het eerste huwelijk, en erfgenamen, zien dat de tweede echtgenoot er met de buit vandoor gaat. Als nalatenschap blijft een kleine 4 ton over. Dit pikken zij niet, en met succes. Zij stellen dat de koopovereenkomst tussen erflater en echtgenoot nummer 2 een gift is en zij vorderen dat deze gift gedeeltelijk wordt ingekort.

De Rechter komt tot het oordeel dat er inderdaad sprake is geweest van een gift omdat er sprake is van een handeling die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt. En, de schenker moet de bevoordeling hebben gewild. Nu de aandelen in het kader van de echtscheiding waren gewaardeerd op 7 miljoen stond dit wel vast. De rechtbank stelt de omvang van de gift vast op 3,5 miljoen te verminderen met het door de tweede echtgenote betaalde miljoen.

Tot een volledige einduitspraak komt het niet, omdat er eerst nog duidelijkheid van de Belastingdienst moet komen over de vraag of dit oordeel van de rechter zal leiden tot aanpassing van een eerder opgelegde aanslag. Want zoals hierboven reeds is gemeld, zijn bepaalde schulden ook van invloed op de omvang van de legitimaire massa en dus ook op de omvang van de legitieme portie. Maar dat er bij de tweede echtgenoot ten behoeve van de kinderen zal worden ingekort leidt geen enkele twijfel.

Wilt u meer weten over erfrecht kijk dan ook eens op de blog van Jan-Willem van Horssen.

erfrecht.online